Witlooftaartjes met blauwe kaas

Witloof en kaas van bij ons, beter dan dit voorgerecht wordt het niet. Met dit recept maak je voldoende deeg voor 6 witlooftaartjes.

Ingrediënten

  • 180 g boter
  • 300 g bloem
  • 1 koffielepel maizena
  • 0 zout
  • 65 g water
  • 0 boter
  • 4 stronkjes witloof
  • 0 nootmuskaat
  • 0 peper
  • 0 zout
  • 2 eetlepel sherryazijn
  • 1 koffielepel suiker
  • 1 bussel waterkers
  • 200 g blauwe kaas
  • 0 olijfolie
  • 0 balsamicoazijn
  • 0 peper
  • 0 grof zout

Benodigdheden

  • 4 tartelettevormpjes (diameter 10 tot 12 cm)
  • een keukenmachine met deeghaak
  • een deegrol
  • blindbakvulling (linzen, kikkererwten of bakparels)
  • een vergiet

Partners

Bereiding

Het deeg

Haal de boter tijdig uit de koelkast en laat ze op kamertemperatuur komen.

Snijd de malse boter in blokjes en doe ze in de mengkom van de keukenmachine. Voeg de bloem, de maizena en een snuif zout toe.

Plaats de deeghaak en laat de machine draaien op een lage snelheid.

Schenk het koude water in delen bij het deeg. Zo wordt het elastischer. Laat de machine draaien tot je een egale bal deeg krijgt.

Strooi wat bloem op je werkblad. Schep het deeg uit de kom en kneed het nog kort.

Beboter en bepoeder de binnenkant van de tartelettevormpjes.

Verwarm de oven voor tot 175 °C.

Rol het deeg uit met een deegrol. Gebruik een tartelettevorm om rondjes deeg uit te snijden. Snijd rondjes uit die iets groter zijn dan de diameter van je taartvormpjes, zodat je ook de randen probleemloos kan bekleden.

Bedek de volledige binnenkant van elk vormpje met een lapje bladerdeeg. Druk het deeg zorgvuldig aan en snijd (of druk) de overtollige randjes eraf.

Plaats de taartvormpjes op een bakplaat. Vul de taartjes met blindbakvulling en bak ze ‘blind’ in de hete oven, gedurende 30 minuten. Controleer zeker dat de bodem van de taartjes voldoende goed gebakken is.

De vulling

Smelt een klont boter in een ruime pan op een matig vuur.

Snijd eerst het onderste stukje van elke stronk witloof en snijd vervolgens elke stronk overlangs in twee. Snijd de halve stronkjes in grove reepjes en stoof ze in de bruisende boter.

Kruid het witloof met nootmuskaat, peper en zout. Bevochtig met de sherryazijn. Voeg eventueel wat suiker toe voor een zoete toets.

Afwerken en serveren

Was de waterkers en laat uitlekken in een vergiet.

Neem de taartjes uit de oven en verwijder de blindbakvulling. Haal de kuipjes voorzichtig uit hun bakvorm.

Plaats een taartje op ieders bord en vul het met gebakken witloof.

Leg een toefje waterkers op elk taartje en brokkel er wat blauwe kaas over.

Werk elk witlooftaartje af met een likje olijfolie en balsamicoazijn. Kruid met peper en grof zout.

Witlooftaartjes met blauwe kaas