Tempura van groenten

Krokant gefrituurde gerechten vind je in heel wat eetculturen. Typisch Japans is tempura, waarbij de ingrediënten een laagje beslag krijgen. Het resultaat is een heerlijk flinterdun korstje. Jeroen maakt een groentetempura met zoete puntpaprika, maar je kan natuurlijk net zo goed scampi of zelfs mosseltjes gebruiken. Met een dipsausje erbij zijn de crispy stukjes groente een ideaal aperitiefhapje of een voorgerechtje.

Ingrediënten

  • 0.25 bloemkool
  • 0.25 koolrabi
  • 3 selderstengel
  • 0.25 broccoli
  • 0.5 venkel
  • 0.5 puntpaprika
  • 0.5 courgette
  • 5 cl sojasaus
  • 0.5 limoen
  • 0.5 sinaasappel
  • 1 scheutje sesamolie
  • wasabi
  • 2 eetlepel maïszetmeel
  • 5 eetlepel bloem
  • 15 cl water
  • zout

Benodigdheden

  • een frietketel gevuld met arachideolie
  • een dunschiller

Partners

Bereiding

De groenten

Was alle groenten in ruim of stromend water en laat ze uitlekken.

Snij de courgette eerst in stukken van zo’n 3 cm lang. Verdeel deze vervolgens in vier gelijke partjes.

Snij de broccoli en de bloemkool in hapklare roosjes. De roosjes broccoli mogen iets groter zijn, want broccoli gaart sneller dan bloemkool. Verzamel al de stukjes groente in een mengschaal.

Doe het loof van de venkel en snij ook het taaie hart weg. Snij de groente in hapklare grove stukken.

Snij het loof van de koolrabi en schil het deel van de groente dat je wil gebruiken. Snij de groente in stukjes van ongeveer 2 op 2 centimeter.

Snij de ongepelde zoete puntpaprika in brede ringen. Als je een gewone rode paprika gebruikt, snij je best halve ringen.

Neem de koolrabi en snij het loof eraf. Snij het vruchtvlees in onregelmatige hapklare kubussen.

Snij het bladloof van de selder. Breek ook het onderste deel van elke stengel af en trek de taaiste vezels uit de groente. Schil daarna de selderstengels met een dunschiller, zodat er geen taaie vezels in achterblijven. Snij de selder nu in stukjes van zo’n 4 cm lang.

Zet de schaal met alle groentestukjes even koel.

De dipsaus

Neem een mengschaaltje en giet er de sojasaus in.
Voeg een toefje wasabi toe en meng de saus met de garde. Wie van wat extra pit houdt, kan meer wasabi gebruiken. Wees wel voorzichtig, want de Japanse specerij is voor de één genot maar voor de ander een afknapper.
Doe het sinaasappelsap en het limoensap (of het citroensap) erbij.
Giet voorzichtig een scheutje sesamolie in de dipsaus. De sesamolie zorgt voor een licht geroosterde smaak.
Proef de dipsaus en voeg naar smaak wat extra sinaasappelsap toe.

Het beslag

Verhit de frietketel tot een temperatuur van 180°C à 190°C. Hou er rekening mee dat je nadien de olie moet zeven of vervangen. Het tempurabeslag zal je olie immers nogal vuil maken.
Doe wat ijsblokjes in een schaaltje en schenk er het koude water bij.
Schep het maïszetmeel in het ijskoude water. Voeg er ook de bloem aan toe en een snuifje zout.
Meng alles kort tot je een een ijskoud en egaal papje krijgt (te vergelijken met dikke lijm).

Bakken

Zet de schaal met de groenten en het beslag naast je frietketel.
Dip wat groenten in het beslag en bak ze goudbruin in de hete olie. Bak nooit te veel stukjes in één beurt om te vermijden dat ze aan elkaar kleven. Let op: Laat nooit een ijsblokje in het bakvet vallen, want dan gaat het gevaarlijk spatten.
Hou er rekening mee dat sommige groenten eerder gaar zijn dan andere. De stukjes courgette zijn het snelst gaar. Broccoli, selder, venkel, koolrabi en paprika hebben iets meer baktijd nodig. De bloemkool moet het langst garen.
Leg de krokante groentjes in een schaal met een vel keukenpapier in. Zo kan het overtollige vet uitlekken.
Na enkele bakbeurten kan je je gezelschap al een flinke portie tempura serveren. Verzamel alle krokante groentjes in een schaal en serveer ze met een potje dipsaus erbij.
Tempura van groenten