Een verse lasagne voor wie straks met een frisse neus en rode wangen thuiskomt van een herfstwandeling.

Ingrediënten

  • 24 lasagnevel
  • 0 boter
  • 200 g gerookt spek
  • 1 sjalot
  • 0.5 teentje knoflook
  • 600 g kippengehakt
  • 0 peper
  • 0 een snuif gedroogde oregano
  • 0.5 witte kool
  • 0 zout
  • 300 g spinazie
  • 1 teen look
  • 30 g boter
  • 30 g bloem
  • 4 dl melk
  • 0 nootmuskaat
  • 0 peper
  • 0 zout
  • 0.5 citroen
  • 200 g gemalen kaas

Benodigdheden

  • een pureestamper
  • een schone keukenhanddoek
  • een mandoline
  • een ovenschaal

Partners

Bereiding

Lasagnevellen moet je niet op voorhand koken. Bij dit recept doet Jeroen het toch, zodat hij de vellen later makkelijk kan snijden. Kook de vellen gedurende 1 minuut. Giet af en laat weken in koud water.

Verwarm de oven voor tot 200 °C.

Smelt een klontje boter in een pan.

Snijd het gerookt spek fijn. Bak het spek in de boter met een versnipperd sjalotje erbij.

Kneus en pel de knoflook. Snipper de teen en doe de look bij het spek.

Bak ook het kippengehakt in de pan. Kruid met flink wat peper en een snuifje gedroogde oregano.

Gebruik een pureestamper om het gehakt een beetje te pletten en zo los te maken.

Rasp de witte kool in dunne slierten met de mandoline. Of gebruik een klassieke groenterasp, je keukenmachine of een scherp koksmes.

Smelt een klontje boter in een tweede pan op het vuur. Doe er een scheutje water bij.

Stoof de witte kool in de boter. Kruid met peper en zout. Zet het deksel op de pan.

Doe het gebakken gehakt in een kom en zet even aan de kant. Smelt een klontje boter in dezelfde pan.

Maak de spinazie schoon. Pel een teen knoflook en prik hem op een vork. Doe de spinazie in de pan en roer om met de vork. Kruid met peper en zout.

De bechamelsaus

Smelt de boter in een pan op een matig vuur. Schep de bloem bij de bruisende boter en roer met de garde.

Laat het mengsel al roerend een beetje ‘opdrogen’, tot je een heerlijke biscuitgeur ruikt.

Giet er de melk en het kookvocht van de witte kool bij. Blijf geduldig doorroeren met de garde tot de saus pruttelt en bindt tot een gladde bechamelsaus.

Kruid met een snuif nootmuskaat, peper en zout.

Roer er tot slot het citroensap door.

Afwerken en serveren

Laat de lasagnevellen uitlekken op een schone keukenhanddoek.

Giet een dun laagje bechamelsaus op de bodem van de ovenschaal. Leg daarop een eerste laag van de droge lasagnevellen. Schik ze als dakpannen, maar let erop dat de vellen elkaar niet te veel overlappen. Zo vermijd je te dikke lagen pastadeeg.

Schep er een eerste laag gehakt en witte kool bovenop. Schenk er weer wat bechamelsaus over.

Schik hierbovenop een tweede laag lasagnevellen. Vervolgens gehakt, spinazie, bechamelsaus en een laatste laag lasagnevellen.

Strooi de gemalen kaas op de lasagnevellen.

Bak de lasagne gedurende 30 minuten in de voorverwarmde oven.