Kaneelflensjes met gebakken appel,  amandelschilfers en speculoosijs

Jeroen gaat voor eenvoudig, snel en een schot in de roos voor de zoetebek. Deze pannenkoekjes zijn de ideale afsluiter van een gezellig etentje. Maak de bereiding vooral niet te moeilijk en vertel nadien de beste verhalen bij dit dessert van kruidige appelpannenkoekjes met een deugddoende bol ijs met speculoos.

Ingrediënten

  • 5 dl melk
  • 2 ei
  • 200 g patisseriebloem
  • 40 g boter
  • scheutje arachideolie
  • snuifje kaneel
  • 1 vanillestokje
  • snuifje zout
  • 2 appel
  • 100 g amandelschilfers
  • bruine suiker
  • bloemsuiker
  • speculoosijs

Benodigdheden

  • een blender of staafmixer
  • een appelboor
  • een kleine pollepel
  • een aardappel
  • een bakpan met antikleeflaag
  • eventueel een maatbeker

Partners

Bereiding

Kaneelflensjes met gebakken appel, amandelschilfers en speculoosijs

Weeg de ingrediënten zorgvuldig af.
Laat de juiste hoeveelheid boter smelten op een zeer zacht vuur.
Doe de bloem in de beker van de blender, en giet de gesmolten boter erbij.
Voeg de melk, de eieren en een snuifje zout toe.
Wie wat kaneel lust bij de appels, voegt een snuifje kaneelpoeder toe.
Snij de vanillestok overlangs in twee en schraap er met een mespunt de zaadjes uit. Doe de vanillezaadjes in de beker van de blender.
Mix alle ingrediënten tot een glad beslag, zonder enige klonter. (Je kan ook een staafmixer gebruiken i.p.v. een blender.)
Zet een pan op een matig vuur en strooi er de amandelschilfers in. Rooster de nootjes op het gemak goudbruin en schud de pan regelmatig even op.
Schil intussen de appels en haal het klokhuis eruit met behulp van een appelboor.
Snij de appels in ronde (doorboorde) schijfjes die slechts enkele millimeter dik zijn.
Plaats de flensjespan op een matig vuur. Smelt intussen nog een klontje boter om de bakpan mee in te vetten.
Snij een aardappel in twee en prik een halve knol op een vork, met de vlakke zijde naar onder.
Dompel de aardappel even in de gesmolten boter en smeer er de bodem van bakpan mee in. Kies best voor een pan met antikleeflaag.
Leg enkele schijfjes appel in de pan en strooi er een beetje bruine suiker over. Draai de appelrondjes tijdig om (alvorens de bruine suiker karameliseert.)
Schep een (kleine) pollepel pannenkoekendeeg in de pan, over de appelschijfjes heen. Kantel de pan tot het beslag mooi en egaal over de bodem verdeeld is.
Bak de pannenkoekjes tot de randjes bruin en krokant worden. Draai de pannenkoek vervolgens voorzichtig om met behulp van een brede spatel, of waag je aan wat acrobatie in de discipline ‘pannenkoeken omgooien’. Bak ook de ommezijde nog even goudbruin.
Serveer de warme flensjes met een bolletje speculoosijs (of ijs naar smaak) en wat geroosterde amandelschilfers. Strooi een dun laagje bloemsuiker over het dessert.
Kaneelflensjes met gebakken appel,  amandelschilfers en speculoosijs