Hertengebraad en gratin van spruitjes en spek

Een stukje wild blijft een feestelijk vleesgerecht. Misschien zijn sommigen geen fan van de meer uitgesproken smaak van wild, maar een mooi hertengebraad proeft zeer mild, en zal zeker kunnen overtuigen. Ook spruitjes verdienen een ereplaats op zo’n feestmenu, samen met spekjes, smeuïge puree en bovenal een rijkelijke vleessaus.

Ingrediënten

  • 800 g aardappel
  • zout
  • klontje boter
  • 200 g gerookt spek
  • 1 kg spruiten
  • snuifje bicarbonaat
  • peper
  • nootmuskaat
  • 1 ei
  • scheut melk
  • 100 g kaas
  • klont boter
  • 1 kg hertengebraad
  • peper
  • zout
  • 2 ui
  • 2 teentjes look
  • takje rozemarijn
  • 1 theelepel zwarte peperbolletjes
  • 1 theelepel jeneverbessen
  • 0.5 dl rode porto
  • 0.5 dl rode wijn
  • zout
  • 20 g boter
  • 2 eetlepel bloem
  • fleur de sel
  • peper

Benodigdheden

  • een ovenvaste kookpot met deksel
  • een aardappelstamper (of passe-vite)
  • een vel aluminiumfolie
  • een zeef

Partners

Bereiding

Voorbereiding

Haal het hertengebraad tijdig uit de koelkast, zodat het op kamertemperatuur kan komen.

De gratin met spruitjes en puree

Schil de (loskokende) aardappelen en kook ze gaar in water met een snuif zout.

Zet een stoofpot op een matig vuur en smelt er een klont boter in.

Snij het zwoerd van de plakjes spek en verwijder ook mogelijkse stukjes kraakbeen. Snij het gerookt spek vervolgens in fijne reepjes van zo’n 0,5 cm breed.

Bak de spekreepjes in de bruisende boter. Roer regelmatig even en geef het spek de tijd om goudbruin en krokant te bakken.

Breng een potje met water aan de kook om de spruiten te garen.

Maak de spruitjes één voor één schoon. Verwijder (indien nodig) de buitenste blaadjes van de mini-kolen. Snij het ‘kontje’ van elke spruit bij en kerf ook een kruisje in de onderzijde van elke spruit. Dit is een trucje om het taaie onderste deel van de kooltjes wat sneller gaar te krijgen.

Drop de spruiten in het kokende water en voeg ook een snuifje bicarbonaat toe om de kleur van de groente te fixeren. Laat de groene bolletjes 5 minuten koken, tot ze beetgaar zijn.

Doe de warme spruitjes bij de gebakken spekreepjes, roer en kruid de bereiding met peper van de molen, een beetje zout en versgeraspte nootmuskaat. Hou alles warm op een zeer zacht vuur.

Stamp de gekookte aardappelen tot puree of gebruik een passe-vite (roerzeef).

Werk de puree naar smaak af met de dooier van een ei, een scheutje melk, een klont boter, een snuifje zout en wat versgeraspte nootmuskaat.

Schep de aardappelpuree in een ruime ovenschotel. Strijk de laag puree een beetje glad.

Verdeel de spruitjes met spek over de aardappelen en strooi er tenslotte een dun laagje gemalen kaas over.

Het hertengebraad

Verwarm de oven voor op 180°C.

Kies een ovenvaste kookpot waarin het gebraad precies past. In een te grote pot zal het braadvet snel verbranden.

Zet de pot op een matig vuur en smelt er een flinke klont boter in.

Kruid het met een lapje spek opgebonden vlees langs de beide zijden met voldoende peper van de molen en wat zout.

Leg het vlees in de bruisende boter tot het een korstje krijgt. Zet het vuur wat zachter om te vermijden dat de boter verbrandt. Draai het gebraad om na zo’n 10 minuten.

Pel tussendoor de uien en de look. Snij de uien eerst middendoor en vervolgens in halve ringen. Snij de knoflook in stukjes. Leg de stukken ui en knoflook langs het gebraad.

Gooi ook een takje rozemarijn in de pot, voor extra aroma.

Doe de zwarte peperbollen en de jeneverbessen in een vijzel. Kneus de bolletjes met de stamper en strooi de specerijen over het vlees en de uien.

Zet het deksel op de pot en verhuis het gebraad naar de oven van 180°C. Laat het 18 tot 20 minuten garen, zodat het vlees rosé gebakken is.

Haal het gebraad uit de pot en wikkel het in een vel aluminiumfolie. Draai het stuk vlees om en laat het een kwartiertje rusten. Hou de pot met uien en aanbaksels opzij.

Afwerken

Verwarm de oven voor op 180°C.

Plaats de spruitjesgratin in de oven van 180°C, tot het laagje kaas smelt en korst.

Zet de pot waarin het hertengebraad gaarde op een matig vuur. Schenk er de rode wijn in en de rode porto en breng de saus aan de kook. Laat de alcohol eruit pruttelen en zeef de saus. De uien, de rozemarijn en de brokjes peper en jeneverbes moeten eruit.

Giet de gezeefde saus tot de laatste druppel in een pannetje. Proef en voeg een beetje zout toe. Verwarm de gezeefde saus op een zacht vuur.

Neem een schaaltje en meng de malse boter met wat bloem.

Voeg wat van het bloem-botermengsel (beurre manié) toe aan de pruttelende saus en roer met de garde. Ga door tot de wildsaus licht gebonden is.
Verwijder het touwtje en het lapje spek dat rond het gebraad zit. Snij het vlees in lapjes van een goeie halve centimeter dik. Gebruik een vlijmscherp mes.

Serveer iedereen enkele schijfjes van het hertengebraad, schep er gratin van spruitjes bij en vergeet zeker de saus niet. Werk de borden eventueel af met een klein beetje grof zout (fleur de sel) en een beetje versgemalen peper.

Hertengebraad en gratin van spruitjes en spek