Gnocchi met abdijkaas, salie en bruine boter

Gnocchi (dat lees je als njokki) zijn deegkussentjes of ovale balletjes gemaakt van aardappelen en fijne bloem. Ze zijn traditioneel Italiaans en je kan ze heel gemakkelijk zelf klaarmaken. Er is geen pastamolen nodig om deze Italiaanse keukenklassieker te bereiden. En ook de saus die je serveert hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Gnocchi smaken heerlijk in wat eenvoudige salieboter met citroensap.

Gebruik voor de pasta extra fijne bloem. Deze vind je in de supermarkt als “00” (doppio zero, of dubbel nul). Italianen zullen doorgaans geraspte Parmezaanse kaas in de gnocchi verwerken, maar er zijn zoveel karaktervolle Belgische kazen die net je net zo goed kan verwerken. Het is wel belangrijk om een kaas te kiezen die makkelijk wegsmelt in het aardappeldeeg.

Serveer een portie gnocchi als tussengerecht of maak er meteen een stevig hoofdgerecht van.

Ingrediënten

  • 500 g aardappel
  • 75 g bloem
  • 25 g abdijkaas
  • 100 g boter
  • 2 ei
  • 1 citroen
  • salie
  • 1 eetlepel steelkappers
  • zout
  • 80 g rucola

Benodigdheden

  • een passe-vite (of roerzeef)
  • een keukenweegschaal
  • een kaasrasp

Partners

Bereiding

Gnocchi met abdijkaas, salie en bruine boter

Opmerking vooraf: Kies liefst oudere loskokende aardappelen, die extra veel zetmeel bevatten.

Schil de aardappelen en kook ze gaar in water met een snuif zout.

Plaats de passe-vite boven een ruime kom en draai er de gekookte aardappelen doorheen. Zo’n roerzeef levert zeer fijne puree op. Je kan de aardappelen ook stampen, maar vermijd om een mixer te gebruiken. De aardappelpuree mag niet kleverig en elastisch zijn.

Weeg de fijne bloem, schud ze over de aardappelpuree en meng de twee ingrediënten.

Scheid de eieren en doe de dooiers in het ‘pastadeeg’. Meng alles grondig.

Rasp de half-harde of harde kaas fijn. Tip: Kies voor een kaas met voldoende karakter en smaak. Roer en laat de kaas wegsmelten in het warme deeg.

Spoel je handen en bewerk het gnocchideeg tot een stevige bol.

Bepoeder je werkoppervlak met een beetje bloem. Kneed het aardappeldeeg kort en rol (een deel ervan) tot een worst van 1,5 tot 2 centimeter dik. Verwerk de rest van het deeg op dezelfde manier.

Neem een scherp mes en snij de worsten in ‘deegkussentjes’. Snij om de anderhalve centimeter en verzamel de gnocchi in een schaal.

Breng een flinke hoeveelheid water aan de kook en voeg een snuif zout toe.

Gooi de gnocchi in het water en wacht tot ze vanzelf komen bovendrijven. Zo weet je meteen dat ze gaar zijn.

Gebruik een schuimspaan om de gnocchi op te vissen. Laat ze voldoende uitlekken.

Zet een ruime (bak)pan of sauteuse op een matig vuur. Smelt er een flinke klont boter in en laat de boter licht goudbruin kleuren (beurre noisette).

Spoel de takjes salie en pluk de blaadjes los. Snij het kruid in flinterdunne reepjes of kleine snippers.

Meng de salie door de warme boter en voeg het sap van de citroen toe. Laat de reepjes salie zeker niet verbranden.

Schep de gnocchi in de pan met salieboter en citroen. Laat ze nog 5 minuten sudderen in de saus.

Kruid het gerecht met een snuifje zout en voldoende peper van de molen.

Hak de (steel)kappers fijn en rasp nog wat extra kaas.

Schep in elk bord een portie gnocchi met botersaus, strooi er wat gehakte kappers over en wat gemalen kaas.

Werk de borden af met wat frisgewassen rucola.

Gnocchi met abdijkaas, salie en bruine boter