Galetjes met frambozen

Bakken hoeft geen grote kunst te zijn. Het is de ideale manier om ontspannen aan de slag te gaan in de keuken en er zit altijd een happy end aan vast. Deze keer bakt Jeroen ronde knapperige koekjes, of galetjes, waarop een romige crème riche komt. En om het gebak zomers af te werken komen er royaal veel verse frambozen bovenop.

Ingrediënten

  • 275 g bloem
  • 160 g boter
  • 150 g kristalsuiker
  • 1 vanillestokje
  • 1 ei
  • zout
  • 4 ei
  • 100 g suiker
  • 5 dl melk
  • 125 milliliter room
  • 50 g puddingpoeder
  • 1 vanillestokje
  • 300 g framboos
  • bloemsuiker

Benodigdheden

  • een keukenweegschaal
  • een degelijke garde
  • een uitsteekring (diameter ongeveer 8 centimeter) of gebruik
  • een breed glas
  • een (plastic) spuitzak en rond spuitmondje
  • een zeefje of strooibus
  • een vel bakpapier of een bakmatje

Partners

Bereiding

Voorbereiding

Haal de boter op voorhand uit de koelkast, zodat ze mals wordt.

De galetten

Stort de bloem in een hoopje op je werkvlak. Maak er vervolgens een ‘vulkaan’ van, door de bloem vanuit het midden naar de rand te vegen.
In de ‘krater’ strooi je de suiker, samen met stukken malse boter en de dooier van het ei. Het eiwit gebruik ik niet. Leg de dooier niet pal bovenop de suiker.
Snij een vanillestok overlangs in twee en schraap er de pikzwarte zaadjes uit. Voeg ze toe aan de rest van de ingrediënten.
Strooi een snuifje zout over de bloem.
Begin alle ingrediënten zorgvuldig te mengen. Ook al lijkt het erop dat je er letterlijk niks van bakt, ga geduldig door. Na een paar minuten krijg je een egaal maar kruimelig deeg.
Ga niet overdreven lang door, want anders gaat de boter in het deeg teveel smelten. Kneed het deeg tot een bal en wikkel het in een vel vershoudfolie. Leg de bal deeg minimum een uur in de koelkast.

De crème riche

Doe de melk in een pot en verwarm ze op een zacht vuur. Laat de melk hoogstens tot tegen het kookpunt komen.
Snij de vanillestok overlangs en schraap met een mespunt de zaadjes uit de twee halve peulen. Voeg de zaadjes én de peulen bij de melk, terwijl ze opwarmt.
In een mengschaal doe je enkel de dooiers. De eiwitten gebruiken we niet. (Hou ze bij voor een andere bereiding.)
Giet de suiker bij het eigeel. (Liefst niet in één keer.) En klop het mengsel met een garde los, tot het een bleke massa is geworden.
Meng ook het puddingpoeder grondig doorheen het mengsel. Wie z’n spieren wil sparen kan hiervoor ook een keukenmachine gebruiken.
Vis de vanillepeulen uit de hete melk en voeg een scheut daarvan toe aan het eimengsel. Meng alles grondig met de garde.
Neem de pot met de rest van de hete melk van het vuur en giet er het eiermengsel bij. Begin meteen te kloppen met de garde. Zet het vuur aan en blijf mengen tot je een degelijk gebonden pudding krijgt.
Schenk de pudding (of banketbakkersroom) in een schaaltje en bedek het oppervlak van de pudding met een vel vershoudfolie. Kleef de folie tegen de pudding, zodat er geen velletje op kan komen. Werk van binnen naar buiten, als je de folie op de pudding legt. Zo blijven er geen luchtbellen achter.
Laat de banketbakkersroom afkoelen.

De galetjes vomen en bakken

Verwarm de oven voor op 180°C.
Strooi wat bloem op je werkvlak en snij een stuk van ongeveer 100 gram van het deeg. Rol het stuk deeg tot een lapje van zo’n 0,5 cm dik.
Neem de uitsteekring en druk daarmee een rondje uit het lapje deeg, tot je een galette krijgt. Gebruik telkens de restjes deeg opnieuw en ga zo door tot je voldoende galetten hebt.
Neem een ovenschaal en leg er een bakmatje of een vel bakpapier op. Leg de rondjes daarop en bak ze gedurende 20 minuten in de hete oven van 180°C. (een beetje afhankelijk van het type oven)
Laat de dikke galetjes afkoelen.

De gebakjes afwerken

Schenk de slagroom in een diepe mengkom en klop de room met de garde half op. (yoghurtdikte)
Doe de afgekoelde banketbakkersroom in een tweede mengschaal en klop de pudding even los.
Schep de room bij de afgekoelde pudding en roer erin met de garde. Blijf mengen tot je een egale ‘crème riche’ verkrijgt. Het is een heel stevig mengseltje: een romige puddingcrème.
Steek een klein rond spuitmondje in de tip van de spuitzak. Schep de crème in de puntzak.
Plaats de borden waarop je serveert op het aanrecht. Hou de frambozen bij de hand.
Spuit een toefje crème in het midden van elk bord. Plaats daarop telkens een afgekoeld galetje.
Spuit een flinke toef van de ‘crème riche’ op elk koekje. Doe het in ronde bewegingen. In het midden mag er een dikker laagje crème liggen.
Versier elk taartje met een royale hoeveelheid verse frambozen.
Doe wat bloemsuiker in een zeefje (of strooibus) en bepoeder elk taartje met een laagje van het zoete poeder.
Galetjes met frambozen