De eerste Mechelsebloemkooltjes zijn er al, net als hun grotere broers die je momenteel voor een prikje kan kopen. Samen met een smeuïge puree, gebakken gehakt en lekkere kaassaus wordt elke lunch of diner een feestje. Voorzie maar een flinke portie, want de kans is groot dat je gasten om een extra bordje komen vragen.

Ingrediënten

  • 1 bloemkool
  • 1 kg aardappel
  • 1 ei
  • 0 muskaatnoot
  • 0 zout
  • 1 dl melk
  • 800 g gemengd gehakt
  • 0 Provençaalse kruiden
  • 0 peper
  • 5 dl melk
  • 25 g boter
  • 30 g bloem
  • 200 g gemalen kaas
  • 0 peper
  • 0 zout
  • 0 muskaatnoot

Benodigdheden

  • een diepe ovenschaal

Partners

Bereiding

De bloemkool, de aardappelen en het vlees

Breng twee potten water aan de kook met telkens een snuif zout erin. De ene pot zal dienen voor de aardappelen en de andere voor de bloemkool.

Schil de aardappelen en kook ze gaar in de eerste pot. (Reken op een kleine 20 minuten.)

Maak de bloemkool schoon. Snij het groene loof eraf en verdeel de kool (of de kleinere kooltjes) in roosjes.

Doe de roosjes bloemkool in de tweede pot kokend water. Let erop dat de bloemkool beetgaar gekookt wordt. (Controleer het resultaat al eens na 6 à 7 minuten. Met een beetje geluk is de bloemkool dan al gaar genoeg.)

Giet de beetgare bloemkool af en laat er koud water over stromen. Zo stop je de garing.

Giet ook de gare aardappelen af en plet ze met de stamper tot puree.

Voeg een flinke klont boter toe aan de puree, samen met wat melk, een ei, wat (vers geraspte) nootmuskaat en een snuifje zout. Peper is overbodig. Meng alles tot je een smeuïge puree krijgt.

Zet een braadpan op een matig vuur en smelt er een klontje boter in.  Doe het gehakt in de braadpan en plet het even met een vork. Het gehakt mag niet te korrelig zijn. Laat het vlees goudbruin kleuren.

Voeg tijdens het bakken een snuifje Provençaalse kruiden toe, wat peper van de molen en een klein snuifje zout.

Neem een ruime ovenschaal en schep er een dikke laag aardappelpuree in.

Giet daarover het gebakken gehakt.

Werk de schotel af met de roosjes bloemkool. Verdeel ze gelijkmatig over de schotel en schik ze met zorg met de steeltjes naar onder.

De kaassaus

De basis van de kaassaus (een Mornaysaus) is een klassieke roux. Smelt de klont boter in een hete kookpot en voeg er vervolgens de bloem aan toe. Laat het bloemmengsel al roerend “opdrogen”, maar let erop dat de roux niet aanbakt en bruin kleurt.

Zodra je een zoete biscuitgeur ruikt, schenk je de melk in de pot. Blijf doorroeren met een garde tot de saus bindt. Neem daar even de tijd voor! Wanneer je lang genoeg geroerd hebt, krijg je een gladde bechamelsaus. Wanneer je saus te dik is, voeg je wat extra melk toe om ze te verdunnen.

Haal de pot van het vuur en meng 2/3 van de gemalen kaas in de saus. Hou de rest opzij voor de afwerking.

Kruid de saus naar smaak met peper van de molen, wat zout en vers geraspte muskaatnoot.

Afwerking

Schakel de grill van je oven in.

Neem er de schotel met puree, gehakt en bloemkool bij. Giet de verse kaassaus over de schotel, tot alle roosjes onder een laagje saus zitten.

Strooi de rest van de gemalen kaas gelijkmatig over het gerecht.

Schuif de schotel onder de hete grill en gratineer. Zodra er zich een goudbruin korstje vormt, kan je het gerecht serveren.